Blusschuimbeveiliging

Blusschuimbeveiligingen worden vooral toegepast bij de bescherming van opslagvoorzieningen van gevaarlijke stoffen. Dit kunnen brandbare vloeistoffen zijn, maar ook giftige, bijtende of andere gevaarlijke stoffen. Het kan gaan over een kleine opslag van gewasbeschermingsmiddelen of over grote olietanks. Het zal duidelijk zijn dat het beschermen van mens en milieu voor met name blusschuimbeveiligingen een belangrijk doel is.

Bij een blusschuiminstallatie wordt schuimconcentraat aan het bluswater toegevoegd. Afhankelijk van het soort schuimconcentraat hebben we te maken met een licht-, een middel- of een zwaarschuiminstallatie. De werkingsprincipes van deze installaties zijn verschillend.

In geval van een blusschuiminstallatie moeten de desbetreffende ruimten elk worden uitgevoerd als brandcompartiment. Hierdoor worden er eisen gesteld aan de bouwkundige constructie.

Wanneer een inspectie?

Indien een brandbeveiligingssysteem wordt gebruikt als gelijkwaardige oplossing ten opzichte van een voorschrift uit het bouwbesluit, moet dit systeem altijd worden voorzien van een inspectiecertificaat.
Uiteraard is het ook mogelijk een inspectie te laten uitvoeren op vrijwillige basis.  Bijvoorbeeld om zekerheid over de uitvoering of status van uw blusschuimsysteem te hebben of als second opinion.

Wat wordt geïnspecteerd?

Bij een inspectie van een systeem wordt beoordeeld of aan de doelstelling wordt voldaan. Deze doelstelling moet herleidbaar zijn uit het Basisontwerp (bijvoorbeeld PvE). Tijdens de inspectie wordt de installatie gecontroleerd en de bijbehorende sturingen getest, maar ook wordt er gekeken naar bouwkundige en organisatorische zaken, zoals beheer van de installatie, opslag, etc.

Inspectiecertificaat

Als een inspectie is uitgevoerd en er een positieve conclusie op de doelstelling wordt gegeven, kan een inspectiecertificaat worden verstrekt.

Vervolginspectie

Nadat een eerste (initiële) inspectie is uitgevoerd moet daarna periodiek een inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of het beheer goed wordt uitgevoerd en het systeem nog invulling geeft aan de doelstelling. De interval van deze inspectie is halfjaarlijks of jaarlijks, afhankelijk van het object en de hieraan gestelde eisen.