Brandmeld- en/of ontruimingsinstallaties

Brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties zijn vaak het gevolg van de bouwregelgeving, met als doel bij te dragen aan de veiligheid van de aanwezigen, schadebeperking en/of bedrijfscontinuïteit. Voor het tijdig detecteren en intern/extern alarmeren is het van groot belang dat deze installaties goed functioneren.

Brandmeld- en/of ontruimingsinstallaties zijn een optelsom van organisatorische, bouwkundige en technische maatregelen. En de samenhang van die maatregelen, op basis van een gedegen risicoanalyse, moet zijn weerslag vinden in de uitgangspunten van de brandbeveiligingsinstallaties.

In die uitgangspunten zijn ook de afstemming van de techniek op de interne en externe alarmorganisatie en de bouwkundige maatregelen die de toegankelijkheid voor de brandweer of de detectiesnelheid van de automatische melders beïnvloeden belangrijk.

 

Wanneer een inspectie?

De beveiligingsinstallatie wordt vanuit de overheid geëist. Hierbij is het Uitgangspuntendocument bepalend voor de uitvoering van de installatie en hieraan dient te worden voldaan. Afwijkingen hierop dienen te worden gerapporteerd. Het is aan het bevoegd gezag te bepalen over goed- en afkeur.

 

Wat wordt geïnspecteerd?

Bij een inspectie van een systeem wordt beoordeeld of aan de doelstelling wordt voldaan. Deze doelstelling moet herleidbaar zijn uit het Basisontwerp (bijvoorbeeld PvE). Tijdens de inspectie wordt de installatie gecontroleerd en worden de bijbehorende sturingen getest, maar er wordt ook gekeken naar bouwkundige en organisatorische zaken, zoals bijvoorbeeld beheer van de installatie, opslag, etc.

 

Inspectiecertificaat

Als een inspectie is uitgevoerd en er een positieve conclusie op de doelstelling wordt gegeven, dan kan een inspectiecertificaat worden verstrekt.

 

Vervolginspectie

Nadat een eerste (initiële) inspectie is uitgevoerd moet daarna periodiek een inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of het beheer goed wordt uitgevoerd en het systeem nog invulling geeft aan de doelstelling. De interval van deze inspectie is jaarlijks of driejaarlijks, afhankelijk van het object en de hieraan gestelde eisen.