Brandveiligheid

Het inspecteren van brandbeveiligingsinstallaties is omgeven door een groot aantal onduidelijkheden. Onderstaand wordt getracht uitleg te geven aan de verschillende wijze van inspecteren en wanneer wat wel en niet van toepassing is.

De basis van iedere inspectie is het Brandbeveiligingsplan. In dit plan staat aangegeven aan welke eisen het gebouw/object moet voldoen. Eisen kunnen worden gesteld door partijen zoals overheid, verzekeraar(s) en de eigenaar/gebruiker.

De oplossingen uit de risico-inventarisatie van het brandbeveiligingsplan worden vertaald in de z.g. BIO-maartregelen. Deze hebben invloed op:

  • Bouwkundige zaken
  • Installatietechnische oplossingen
  • Organisatorische oplossingen

Het nauwe samenspel van deze maatregelen leidt tot het gewenste risiconiveau, waardoor er uiteindelijke een bouw- en later een gebruiksvergunning kan worden gegeven en de verzekeraar bereid is het pand, eventueel met inhoud, te verzekeren.

Het Uitgangspuntendocument (UPD) of Programma van Eisen (PvE) bevat de ontwerpcriteria voor het realiseren van de brandbeveiligingsinstallatie. Deze ontwerpcriteria verwijzen naar (inter-)nationale standaards en regelgeving, de eventuele concessies en het gebruik.

Dit document wordt door de eisende partijen beoordeeld en door de inspectie instelling op certificeerbaarheid gevalideerd.

Bij de oplevering vindt een eindinspectie plaats waarbij alle functies van het systeem worden getest en gecontroleerd. Ook wordt er gekeken naar de voor het systeem relevante andere BIO-maatregelen. Hierbij kan worden gedacht aan opslag, brandscheiding, etc. Bij goed gevolg wordt een certificaat afgegeven.

Belangrijk voor een installatie die alleen moet werken in noodgevallen, is het feit dat deze installatie storingsvrij moet werken als dat nodig is. Periodiek testen en onderhouden zijn voor deze installaties van essentieel belang. Ook kan het gebruik in de loop van de jaren veranderen. Periodiek inspecteren door een onafhankelijke partij als een inspectie instelling is van belang om de werking te kunnen blijven garanderen. Het certificaat kan na goed gevolg worden verlengd tot te volgende inspectie.

Inspectie

Bij een inspectie wordt er, steekproefsgewijs, gekeken of de actuele situatie (nog) voldoet aan het gestelde in het UPD/PvE. Afwijkingen dienen te worden gerapporteerd. Afwijkingen die de werking van het systeem nadelig beïnvloeden leiden tot het afkeuren van het systeem. De eigenaar/beheerder dient ervoor te zorgen dat deze situatie zo snel mogelijk wordt verholpen. Hierna dient een controle/her-inspectie plaats te vinden om vast te stellen of het probleem is opgelost. Als dit het geval is kan het systeem weer van een certificaat worden voorzien.

Welk inspectieschema

Gewoonlijk zijn inspectie instellingen geaccrediteerd volgens NEN 17020. Deze kwaliteitsrichtlijn geeft aan hoe een inspectie instelling dient te handelen. De Duitse Raad van Accreditatie de DAkkS (www.dakks.de) ziet er bij VdS op toe of deze zich aan de norm houdt.

VdS voert inspecties uit onder accreditatie, voor installaties die binnen de scope, zoals vermeld op de site van de DAkkS, vallen. Op de inspectierapportage en het inspectiecertificaat staat dan het logo van de DAkkS.

Conformiteitsschema

TraditionVoorbeeld-certificaateel wordt er volgens het conformiteitsschema geïnspecteerd. Dit wil zeggen dat er naar de norm(en) wordt gekeken die in het PvE/UPD vermeld zijn, dit wordt ook vaak normconformiteit genoemd. Geconstateerde afwijkingen op de norm leiden tot afkeurpunten en uiteindelijk tot afkeur.

Afgeleide doelstellingen

In samenspraak met marktpartijen is er in Nederland in het Bouwbesluit 2012 vastgelegd dat brandbeveiligingsinstallaties dienen te worden geïnspecteerd volgens afgeleide doelstellingen welke zijn vastgelegd in het CCV inspectieschema.logo-ccv-1

Bij deze inspectiemethodiek is het UPD leidend. D.w.z. het is mogelijk om van de norm af te wijken, indien dit is goedgekeurd door eisende partijen. Kwaliteit van het UPD is hier van grootste belang om ervoor zorg te dragen dat het gewenste beveiligingsniveau wordt bereikt.

Wat certificeren

Installaties dienen te worden gecertificeerd als dit door eisende partijen of door regelgeving wordt geëist. In de praktijk wordt certificering gevraagd op basis van:

  • Het Bouwbesluit
  • PGS regelgeving voor de opslag van gevaarlijke stoffen
  • Het Vuurwerkbesluit, voor de opslag van (consumenten-)vuurwerk

De inspectiefrequentie dient te worden vastgelegd in de uitgangspunten en wordt bepaald door de eisende partijen.

Het Bouwbesluit

Voor gebouwen die onder het Bouwbesluit 2012 vallen dient er volgens het VBB (Vast opgestelde BrandBeveligingsinstallaties) schema te worden geïnspecteerd. Dit schema is uitgegeven en wordt beheerd door Het CCV. VdS kan volgens dit schema inspecteren. Op de rapportage en het inspectiecertificaat staan de logo’s van DAkkS en het CCV.

Gelijkwaardigheid

Het Bouwbesluit staat gelijkwaardigheid toe. Op basis van deze gelijkwaardigheid kan VdS ook inspecteren conform ISO/IEC 17020 als type A inspectie instelling. Dit dient in overeenstemming te zijn met de eisende partijen, zoals overheid en verzekering. E.e.a. dient te worden vastgelegd in een door partijen getekend Uitgangspuntendocument (UPD). Op de rapportages en certificaten staat dan het logo van de DAkkS.

dakks_logo
PGS en Vuurwerk

De eisende partijen vragen een NEN 17020 type A geaccrediteerde inspectie instelling periodiek de brandbeveiligingsinstallatie te inspecteren en dit te rapporteren en bij goedbevinden een certificaat te verstrekken. Dit is van toepassing voor:

  • PGS regelgeving voor de opslag van gevaarlijke stoffen,
  • Het Vuurwerkbesluit, voor de opslag van (consumenten-)vuurwerk,

omdat deze hun eigen wet en regelgeving hebben. Een onderdeel van deze wet en regelgeving is een beschrijving waaraan de basis van de inspectie het UPD/PvE dient te voldoen.

Verantwoording

Al voor de invoering van het Bouwbesluit 2012 is de overheid begonnen met het leggen van de verantwoording/aansprakelijkheid bij de gebruiker/eigenaar. Ook in deze liggen de verantwoordelijkheden voor de afwijkingen op de inspectie bij de gebruiker/eigenaar.

Naast uw inspectie instelling kan uw (brandveiligheids-)adviseur, opsteller van PvE of UPD u hier verder over inlichten.